|
Petrus Josephus Hubertus Cuypers werd op 16 mei
1827 in Roermond geboren. Hij studeerde aan de Academie van Antwerpen
en was vervolgens werkzaam onder leiding van de Franse architect
E.E.Violet-leDuc (1814-1879). Deze was behalve architect ook kunsthistoricus.
Na de periode waarin men de bouwkunst van Grieken en Romeinen
bewonderde en navolgde, was hij een van de mensen die wees op
de schoonheid van de Franse gotische monumenten uit de middeleeuwen.
De Franse gotiek van de 13de eeuw heeft
grote invloed op Cuypers gehad en bepaalde zijn kunstrichting.
Met Viollet-le-Duc onderschreef hij de stelling, dat iedere vorm
die niet voortkomt uit de constructie, vermeden dient te worden,
hetgeen de essentie van de gotiek is. De grote bewondering voor
de gotiek lag voor Cuypers in de herkenning van het logische
constructie systeem.
Cuypers vestigde zich in 1850 als architect in Roermond en in
1865 in Amsterdam.
Tot zijn voornaamste werken behoren:
In Amsterdam: het Rijksmuseumhet Centraal StationIn
Veghel/ Amsterdam/Breda vele Kerken
In zijn vormgeving greep Cuypers, als echte 19de eeuwer, terug
op de vroegere bouwstijlen, waarvan er soms verschillende in
een werk zijn terug te vinden. In veel mindere mate is dit het
geval in de zuiver architectonische kwaliteiten van zijn werk
(massaewerking en ruimteontwikkeling). Hierin is hij van groot
belang voor onze bouwkunst.
Hij restaureerde veel middeleeuwse gebouwen, onder andere de
St.-Svaaskerk in Maastricht, de Munsterkerk in Roermond, de Dom
in Mainz (1872-1875), het binnenhof in Den Haag en dan tenslotte
het Kasteel De Haar in Haarzuilens.
De restauratie van het Kasteel De Haar beschouwde hij zelf als
een van zijn belangrijkste werken. |