Nu
in groene loverpracht ons Haarzuilens ligt,
En ons hart en onz'gedacht' op haar zijn gericht,
Zingen wij uit volle borst 't Loflied op de Haar. |
|
'k
Heb het lief, mijn dorpje klein, om zijn Kermisfeest,
Waar men pret maakt, arm en rijk, opgeruimd van geest.
Waar eenieder danst en host: oud, jong, groot of klein. |
|
Refrein |
|
Refrein |
'k
Heb het lief, mijn dorpje klein, om zijn prachtkasteel,
Met zijn poort en ophaalbrug en kantelen veel.
Hoge torens schitt'ren er in de zonneschijn. |
|
Lief Haarzuilens, dorpje klein, plaats
van mijn geboort',
Waar'k ook kom, gij zijt de plek die mij toebehoort.
Tot besluit dus zingen wij samen dit refrein. |
Refrein:
Ons mooie dorpje klein
Onze mooie Haar
Waar wij zo trots op zijn
Onze mooie Haar. |
|
|
|
|