Historie

Het wapen van Haarzuilens

Nee, niet het café aan de Brink en haar honderdjarige geschiedenis is aan de orde, maar de veel jongere geschiedenis van het verkrijgen van een gemeentewapen voor de gemeente Haarzuilens. Dat was niet zo simpel, zo bleek in de jaren dertig van deze eeuw. Een ontwerp werd afgekeurd, later bleek het document niet de juiste omschrijving van de inhoud van het wapen te bevatten.
Het gemeentebestuur van Haarzuilens besloot op 17 oktober 1930 om een aanvraag te richten aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden te 's Gravenhage. Bijna een jaar later werd een brief met ontwerp en beschrijving van het wapen naar Hare Majesteit gestuurd. Belangrijkste reden was "de geschiedkundige waarde der gemeente en haar omgeving". Het gemeentebestuur vroeg verlof om het verlangde wapen te voeren. De schets van het wapen kan onmogelijk echt schokkend worden genoemd. Het wapen was in drieën gedeeld. Eén helft was de bekende Nederlandse 'wapenleeuw'. De andere helft was opgedeeld in de bekende ruiten en zuilen, die ook verschillende daken V^JI woningen in Haarzuilens sieren. Ruiten en zuilen, die verwijzen naar de herkomst van de naam Haarzuilens, die samenhangt met de familie baron Van Zuijlen van Nyevelt van de Haar. Deze driedubbele naam is afkomstig van verschillende adellijk families, die door huwelijk hun naam en wapen met elkaar verbonden. De ruiten van de familie Van de Haar en de zuilen van de familie Van Zuijlen waren de kenmerkende elementen van het wapen. Al in de vijftiende eeuw was de naam Haarzuyiens aan het dorp gegeven.

Volgens het gemeentebestuur uit 1930 met de betekenis: "de 'Haar' van de Van Zuylens". Dat was nodig, want er waren meer plaatsen die 'de Haar' werden genoemd. De klimmende leeuw was geïnspireerd op de ontworsteling van land aan water in deze streken.
Royaal anderhalve maand later stuurde het departement van Justitie een brief terug met een advies van 'den Hooge Raad van Adel'. Deze schreven ogenschijnlijk laconiek: "Met het boven omschreven wapen kan de Hooge Raad van Adel zich ver-eenigen, mits daaruit de leeuw wordt weggelaten". De ontworsteling aan het water was een te algemeen argument, de leeuw moest afkomstig zijn uit een historisch wapen, verbonden met de gemeente. De Hooge Raad stelt een wapen voor, zoals dat in de ene helft voorkomt, met ruiten en zuilen dus. ,,Gedeeld: I, in keel drie ruiten van zilver en II, in zilver drie ruiten van keel". Keel is het bekende heldere rood van Haarzuilens. Dus twee keer drie ruiten, in plaats van eenmaal drie zuilen. Verbaasd? Het is niet direct in het archief terug te vinden, maar het gemeentebestuur van Haarzuilens moet dat zeker zijn geweest. De 'hooge' heren van adel en van Justitie hadden beiden over een kapitale fout heen gelezen. Maar uit de gemeentebrief van begin januari 1932 bleek geen verbazing.
Het gemeentebestuur stuurde een nieuwe schets van het wapen naar de minister van Justitie: het wapen zoals dat voorkomt op de schoorsteen van de raadzaal op de bovenverdieping van 't Wapen van Haarzuyien, een ontwerp van Dr. P.J.H. Cuijpers. Dit ontwerp was een vierdeling van zuilen en ruiten. In de brief echter niets over de vreemde fout in het ontwerp van de Hoogen Raad van Adel. Bijna een jaar later ontdekte de secretaris van de Hoogen Raad van Adel de fout, die braaf is overgeschreven in een afschrift van het Koninklijk Besluit van 15 september 1932, No. 48, waarbij Haarzuilens een eigen wapen wordt verleend. De secretaris, J. Ph. de Monté 'ver Loren biedt aan de fout kosteloos te verbeteren. Zo krijgt Haarzuilens laat in 1932 een vernieuwd afschrift en wapendiploma, waarin de ruiten eenmaal keurig door zuilen zijn vervangen, zodat het wapen zinvol in vieren kan worden gedeeld. Dat betekent ook, dat ,,Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., .....hebben goedgevonden en verstaan, aan de gemeente Haarzuilens, provincie Utrecht, het navolgende wapen te verleenen:
Gevierendeeld: l en 4 in keel drie ruiten van zilver; 2 en 3 in zilver drie zuilen van keel", twee maal door de Koningin in paleis het Loo bij Apeldoorn moet zijn ondertekend.