|
Het oude
dorp Haarzuilens |
De
vorm van het oude dorp Haarzuilens, met zijn enigszins rondom
een open terrein gegroepeerde woningen, is typerend
voor een zogenaamd brinkdorp: een dorpstype waarvan het onstaan
veelal teruggaat tot in de 10de of 11de eeuw. Deze "brink" of "meent"
diende 's nachts als verzamelpunt voor het vee. Alle
dorpsbewoners waren vrij er gebruik van
de maken. In de loop der eeuwen is het dorp nauwelijks
uitgebreid. Zeker sinds het kasteel aan het eind van de 17de
eeuw niet meer bewoond werd en langzamerhand verviel
tot ruïne zal de ontwikkeling van het dorp vrijwel stil
gestaan hebben. In het midden van de vorige eeuw stonden er in
de gehele gemeente Haarzuilens (toen nog een eigen
gemeente) 44 huizen en boerderijen, waarvan zo'n twintig in het
dorp. |
|
|
|
Het nieuwe
dorp Haarzuilens |
|
|
Aan het eind van de 19de eeuw moest het
oude dorp Haarzuilens, dat destijds in de beschutting van het
oude kasteel was ontstaan, wijken voor de plannen van de nieuwe
kasteelheer. Het kasteel werd op grootse wijze herbouwd en de
omringende gronden werden ingericht als park, dat tevens als
jachtgebied kon dienstdoen. Voor de bewoners van het oude dorp
werd ongeveer 2 km ten oosten van het kasteel een nieuw dorp
gebouwd, het huidige dorp Haarzuilens.
Met de bouw van dit door een gracht en wal omgeven dorp werd
in 1886 begonnen en het was in 1898 gereed. Door de bouwactiviteiten
in en om het kasteel breidde het dorpje zich al spoedig uit tot
meer dan het dubbele van het oorspronkelijke dorp. Ook het nieuwe
dorp heeft een centraal gelegen brink, waarop drie wegen en twee
paden uitkomen. Rondom deze brink stonden in eerste instantie
alleen enkele winkel/woonhuizen, een smederij en een herberg
die ook als raadzaal werd gebruikt. Langs de toegangswegen naar
de Brink werden arbeiderswoningen gebouwd. Alle panden die aan
het eind van de vorige eeuw in het dorp werden gebouwd zijn ontworpen
door dezelfde architecten die het kasteel restaureerden: dr.
P.J.H. Cuypers, zijn zoon J.Th.J. Cuypers, Jac. van Straaten
en Jac. van Gils. De bedoeling was een dorpje te bouwen dat de
indruk zou wekken dat het van de late middeleeuwen was. Zelfs
zijn er plannen geweest de toegangen tot het dorp te voorzien
van toegangspoorten.
Om de relatie met het kasteel duidelijk te maken werden de kozijnen
en de luiken geschilderd in de heraldische kleuren (geel en zilver)
van de familie Van Zuylen van Nyevelt van de Haar. Dit is een
goed middeleeuws gebruik: wie of wat bij een bepaalde "heer"
hoort draagt ook de kleuren van die "heer".
Een teken van herkenbaarheid, maar ook van recht op bescherming.
Sinds de bouw in 1886 heeft het dorp nauwelijks wijzigingen
ondergaan. Alleen de bebouwing rondom de Brink heeft
zich enigszins verdicht, terwijl langs de overige wegen nog enkele
huizen werden gebouwd. In 1898, het jaar van de inhuldiging
van koningin Wilhelmina, werd Haarzuilens met grote
belangstelling officieel in gebruik genomen. Verschillende vorsten
uit het toenmalige Nederlands-Indië (overgekomen
voor het feest van de koningin) waren hierbij aanwezig.
Tot 1954 is het een zelfstandige gemeente gebleven van 699 hectare
met 622 inwoners waarvan 251 uit het dorp kwamen (cijfers van
1950), en van wie 88 procent katholiek en 12 procent protestant
was. Het hoofdbestaansmiddel was veehouderij. Sinds 1954 maakt
het dorp onderdeel uit van de gemeente Vleuten-De Meern. |
|
|