|
Een grootse boerderij aan de 'poort' van Haarzuilens in het
zicht van de lange oprijlaan naar het kasteel. De boerderij is
een 'herbouw' van een boerderij, die oorspronkelijk vlak bij
de kas-teelkapel lag. De nieuwe boerderij is een imtwerp van
architect J. van Straaten uit Utrecht. De tekst op de eerste
steen in de voorgevel meldt:,,Deze eerste steen gelegd door Marinus
Adrianus, oud 12 jaar, zoon van Johannes Versteeg en Gijsberta
Hilhorst. Haarzuilens 21 april 1896".0p de schoorsteenmantel
in de huiskamer maakte een onbekende schilder een bijzondere
schildering met de initialen van het eerste echtpaar, J. V. en
G.H., heel groot in elkaar gevlochten boven een stenen vaas met
weidebloe-men. De schildering heeft de de vorm van een sleutelgat!
De boerderij werd tot 1997 door de familie Versteeg bewoond.
Een gesprek met Joop Versteeg geeft een beeld van het leven en
werken op de boerderij in de laatste zestig jaar.
Het geslacht Versteeg heeft precies een eeuw de monumentale
boerderij "Slotzicht" bewoond. Honderd jaar lang en
de volgende bewoner is nog niet bekend. De boerderij is gezichtsbepalend
voor de ingang van kasteel en dorp. Hannes Versteeg liet rond
1896 de boerderij bouwen, na de gedwongen verhuizing vanaf de
kasteel-kapel. Al snel ging het eigendom over naar het kasteel.
Zoon Arie
Versteeg en kleinzoon Joop Versteeg brachten hun werkzame leven
door op Slotzicht. In de oorlog leefden twee jaar lang zeventien
mensen met elkaar op de boerderij. Midden vijftiger jaren zaten
zo'n 25 kinderen in de opkamer, waar ze les kregen van juffrouw
Witmer, terwijl de school werd verbouwd. Een gesprek met Joop
Versteeg geeft een beeld van honderd jaar veehouderij in zicht
van dorp en kasteel.
Joop Versteeg en Lies Thijssen boerden tussen 1959 en 1988 en
kregen drie kinderen, Peter, Adri en Jolanda. Zij kozen niet
voor het boerenleven. Tussen 1988 en 1996 genoot het echtpaar
Versteeg van een leven in ruste op Slotzicht. Daarna verhuisde
ze, bijna met uitzicht op de boerderij, naar de Brinkstraat.
Joop Versteeg is in 1927 geboren.
In 1896 verhuisde Hannes Versteeg met een gezin van uiteindelijk
dertien kinderen van de boerenhof bij de huidige kapel van het
kasteel naar Slotzicht. Een boerenbedrijf met 36 hectare en dertig
koeien, een grote boer. Versteeg verkocht al snel na de nieuwe
start zijn boerderij en land aan het kasteel. Want naar de bank
gaan, dat was een schande. Door verkoop kon Versteeg de eindjes
aan elkaar knopen. Het kasteel verleende hem levenslange pacht.
Het is altijd een veehouderij geweest, alleen in de oorlog moesten
boeren verplicht akkerbouwgewassen als tarwe en aardappelen verbouwen.
Naast koeien behoorden drie paarden, varkens, kippen, konijnen
tot de vaste bewoners van het bedrijf.
4.000 TURVEN
Joop Versteeg werkte als jongen van een jaar of twaalf al volop
mee. Seizoenen spelen een grote rol in leven van een veehouder
rond de tweede wereldoorlog. Ook 's winters was het druk. Een
groot deel van het levensonderhoud kwam van de boerderij zelf.
"Als jongen van twaalf leerde ik melken. We kamden zelf
boter, kleine beetjes met de hand, grotere hoeveelheden met de
electrische motor in de stal. Kaas hadden we zelf. Voor de kachel
haalden we zo'n 4.000 turven uit Vinkenveen, waar mijn moeders
familie woonde".
"Hout voor het fornuis kwam van de 'slieten', takken, van
knotwilgen aan de Rijndijk. De wilgen werden geknot, de verse
slieten moesten drogen en tot brandhout worden gehakt. De slieten
waren ook de basis voor bezemstelen en staken in de stal, waaraan
de koeien in de winter werden vastgezet. De rechte slieten werden
in de sloot gegooid. Ze gingen groeien, dat maakte het schillen
van de bast makkelijker. Van de rechte stieten werd ook een hort
gemaakt. Een hort i& een vaste omheining, om het erf bijvoorbeeld.
De palen werden recht in de grond gezet en met een houten hamer
naar beneden geslagen. Wilgenhout is heel geschikt voor zo'n
omheining, want wilgenhout is taai en buigzaam".
STIKJES
De moestuin en bouwland zorgde voor de winter-voorraad aardappelen
en groenten. Ook het vlees werd op Slotzicht zelf gefokt. Drie
zeugen zorgden voor biggen en een. enkel gemest varken. "Kippen
zorgden niet alleen voor eieren, maar ook voor de zondagse kippensoep.
Uit de sloot haalden we paling, zulke dikke, door 'stikjes' te'leggen.
Een stik-je is zelfgemaakt visgerei. Zeelteïi en snoeken
vingen we bij het uitbaggeren van de sloot. We damden de sloot
af, pompten de sloot leeg en werkten de bagger op de wal. In
de wintertijd werd mest door de bagger heen gewerkt en een paar
keer omgezet. Je had geduchte winters en de bagger raakte goed
doorvroren en verkruimelde helemaal. Half maart werd deze baggermest
op sleepbakken met ijzers eronder geladen en op kleine hoopjes
door het hele weiland uitgezet. Ten slotte werd de mest met de
panschop uitgestrooid". Joop Versteeg vertelt met heimwee
dat deze manier van bemesten veel beter was dan met kunstmest.
"Het gras smaakte zo zoet, de koeien aten op de streep af,
maar het vergde heel veel mankracht".
VOORJAAR EN ZOMER
De koeien naar de wei en de schoonmaak van de stal kenmerken
het begin van het volgende seizoen. "We hadden een knecht
en een dienstbode. Mijn vader, knecht, broer en ik werkten jaren
samen. Het melken 's ochtends deden we met zijn drieën.
De vierde
haalde intussen de paarden uit de wei en spande ze in. Dat kostte
tijd, want ze liepen natuurlijk dikwijls achter in de wei! En
je moest na het melken snel met de paarden aan het werk kunnen".
In de zomer is de oogsttijd de drukste tijd van het jaar. In
de periode van juni tot en met augustus was het bedrijf Versteegr
ongeveer zes weken met het hooien bezig. "Zon of regen,
dat bepaalde de oogsttijd. Het hooi moest goed droog van het
land, anders dreigde hooibroei. Na het maaien keerden we het
drogende gras met een hooihark. Met een machine draaiden we het
hooi op wiersen, die als lange rijen in de wei lagen. Met de
hand zetten we het hooi op hopen. Droog door zon en wind wordt
het hooi met paard en wagen naar de -hooiberg gereden en met
de vork de hooiberg in gestoken".
Vanaf half mei begon ook de kaasmakerij. Onder in de kelder van
Slotzicht zitten nog de pekelbakken en de planken, waar de kazen
te drogen werden gelegd. De moeder van Joop Versteeg heeft haar
hele werkzame leven kaas gemaakt voor de Woerdense kaasmarkt.
"De huidige graskaas verdient deze naam niet. Onze koeien
gaven 's zomers melk, die alleen gevoed was door gras. Nu krijgen
koeien veel ander voer erbij, dat geeft een groot verschil".
De septemberkaas is een heel ander verhaal. "Vanaf eind
augustus maakte mijn moeder de wintervoorraad. Dat vond ik ongelooflijk
lekkere kaas. De melkgift van een koe mindert, want er is minder
gras. De melk is wel vetter en dat geeft de echte septemberkaas".
HERFST
De koeien op stal, dat gaf ook een hoop drukte. Je moest op tijd
de stal klaar hebben, want je wist niet wanneer de kou inviel.
"De staken moesten worden gerepareerd en vuil met een sloothaak
uit de sloot gehaald. Dat vuil is waterplanten, zoals de lis.
Dat werd zoveel mogelijk gedroogd en dan voorop de stal gebracht,
zodat de koeien zacht lagen. Het voorste deel was gewoon aarde,
het achterste deel beton. Dat werd-met zand bestrooid, natuurlijk
viel wel es een zandkorrel van de koe in je emmer als je aan
het melken was". Versteeg vertelt dat zij nooit boter hebben
gekamd met een tredmolen, waarin een paard Ïiep. "Grote
hoeveelheden gingen elec-trisch, de electromotor in de stal werd
's winters ook gebruikt voor het water pompen voor de koeien
en het voederbieten snijden".
De herfst is ook de periode van Sint Catrijn op 25 november.
"Dan werden de knechten en meiden opnieuw in dienst genomen.
Liepen de koeien nog in de wei, dan mochten zij de koeien melken
en de melk houden".
Versteeg vertelt dat de herfstslacht in de oorlog belangrijk
was. "We leefden toen met zijn zeventie-nen op de boerderij.
We hadden evacuee's uit Milsbeek bij Nijmegen, de familie Jansen.
Een gezin met zes kinderen. Ze gingen elke ochtend naar de kerk,
de kinderen hielpen druk mee met allerlei klusjes. Ze bleven
twee jaar, veel gezinnen hadden evacuee's. Het was heel erg gezellig
en het contact is gebleven zolang de ouders hebben geleefd".
KERSEN OP SAP
Joop Versteeg trok trouw op met drie vrienden. Eef van Dijk,
Theo en Wim Goes. "Er was goed contact tussen boeren en
mensen van het dorp. Schilder, boer of bakker, dat maakte niet
uit. We gingen op zaterdagavond naar Utrecht, bioscoop en een
biertje. Of we legden in het Wapen een biljartje met een potje
bier". Kermissen waren vroeger ook heel
belangrijke gebeurtenissen in de loop van het jaar. "De
kermis in Vinkenveen was acht dagen na de Haarse kermis. De Meern
bezochten we Ook. Je kiende het uit, want je had niet veel zakgeld.
De verkoop van konijnen met de Kerst spekte je kas gelukkig".
Kersen eten herinnert Versteeg zich ook als een leuk onderbreking
van het zomer seizoen. "Met zo'n twintig, dertig jongelui
aten we kersen in een boomgaard aan de Themaat, tot negen uur
's avonds. Daarna zetten we de kersen op sap in 't Wapen. Er
werd op de piano muziek gemaakt en we waagden een dansje. Dansen,
dat leerde je vanzelfsprekend bij Cornelissen aan de Oudegracht.
We gingen ook eens per maand naar een soiree in het dorp of in
't Oude Raadhuis' in Vleuten".
Haarse kermis herinnert Versteeg zich vooral het ringsteken.
"Op de fiets op maandagmiddag en met tilbury's op dinsdagmorgen.
ledere boer had paard en tilbury, er kwamen zo'n vijftien bespanningen
naar de Brink".
SCHOOL
Versteeg bewaart een bijzondere herinnering aan Slotzicht.
De boerderij als school: Twee jaar lang, tijdens de verbouw van
de Bonifatiusschool in 1954/55 zaten 24 kinderen in de opkamer,
met juffrouw Witmer als klasselerares. "Er was een plafond
gemaakt en een gangetje met kapstokken. Onder de trap was een
kleine wc gemaakt. We kregen een kleine vergoeding van het schoolbestuur
voor het gebruik van de opkamer".
In 1959 werd Versteeg boer. De tijd van mechanisatie en voorlichting
brak aan. "Mijn vader werd ouder, de knecht vertrok en mijn
broer ging wat anders doen. De melk moest op tijd aan de weg.
Zonder melkmachine, tractor en kunstmest had je geen goed bedrijf.
Ik liet een melkstal en melklokaal bouwen, gelukkig had ik veel
ruimte. Ik heb goed met de voorlichting samen gewerkt en ik was
vaak blij met hun adviezen. Omdat ik geen opvolger had bleven
grote investeringen als een ligboxen-stal achterwege".
Versteeg praat spijtig over de bouwkundige veranderingen aan
Slotzicht. "Trapgevels zijn verdwenen, de uitgebouwde ingang
aan de zijkant is recht getrokken en de schuurnok is vier meter
verlaagd. Heel jammert"
Joop Versteeg en Lies Thijssen gingen weg uit Slotzicht en vonden
tweehonderd meter verderop een mooi huis aan de Brinkstraat als
woonruimte. Aan de wanden een schilderij en vele foto's van Slotzicht
en het boerenleven rondom deze bijzondere plek. |