|
Henk van den Bosch heeft aan de Wethouder de Greeflaan
7 gewoond. Deze herinneringen zijn echter ouder. Hij heeft deze
verhalen in zijn eigen woorden opgeschreven. Ter bevordering
van de duidelijkheid zijn alleen punten en komma's toegevoegd
en zijn enige alinea's weggelaten. Deze verhalen vertellen iets
over de sfeer in en rondom Haarzuilens, vooral in de tweede wereldoorlog.
"Ik ben geboren in Laag Nieuwkoop, gemeente Kockengen
in 1918. En mijn vrouw in 1923 in Haarzuilens.
Ik was al vroeg een robbedoes. Mijn oom woonde naast ons, met
oma. Daar liepen wij veel. En klusjes doen. Zo had mijn oom een
klusje voor me. Riet varen met een praam, langs de spoorlijn
naar de opslagplaats, schelven noemde men dat. Ik moest de bossen
riet naar de kant dragen, op een moment riep mijn oom: Henkie,
Henkie, kom eens even. Wat was het geval, hij had een leeuwerik
gevangen, zei hij. Maar oom moest nodig uit de broek... Nou,
op zich is dat gezond. Hij zijn hoopje daar neerge-draaid en
zijn strooien hoed er overheen. Oom Jan tilde zijn hoed aan een
kant een beetje op, dan moest ik hem grijpen. Ja, je bent nog
onervaren, dus boem, hebbes. Het was een rare leeuwerik zonder
veren en geen snavel, lekker zacht en warm. Dat was natuurlijk
lachen geblazen, dat kun je begrijpen. Het is/nij later nooit
meer overkomen"
"Wij moesten in Kockengen naar school, want het was kerkelijk
Kockengen. Een uur lopen heen en een uur lopen terug, want wij
mochten niet in Haarzuilens op school.
Na de school moesten wij aardappels schillen voor moeders en
hout, turf en kolen halen en melk bij boer Mulder aan de Bom.
Ook voor de overbuurvrouw, dan kreeg ik een zwart balletje. Maar
dat ging een keer mis. Kannetje omgevallen, goeie raad was duur.
Een beetje slootwater, maar er was ook wat kroos bij gekomen.
Dat had ik niet gezien, kan-netje neergezet en weg.
De volgende avond melk halen, maar toen ik de kan er neerzette
kwam de overbuurvrouw en keek mij aan. Ik denk, o, dat is donderen.
Ze vroeg of ik de vorige dag een ongelukje had gehad, want er
zat kroos bij de melk. Ik voelde dat ik een rooie kop kreeg.
Ik alles netjes opgebiecht. En ik kreeg weer een zwarte bal.
En opgelucht natuurlijk"
"Wij zijn in 1932 naar Haarzuilens verhuisd. Na de schooljaren
werken bij Scheepens, kleine tuinder plus kantenier bij Waterschap.
Daarna viereneenhalf jaar bij een schipper, schuit voorttrekken,
ook met een trekhond ervoor, van Utrecht naar de Wel, dicht bij
Kortjak.
Toen bij een andere tuinder, niet lang. Daarna hout zagerij en
meelfabriek. En toen in militaire dienst. Toen de oorlog, vijf
dagen omgeving Alkmaar. Na de overgave achter prikkeldraad in
kamp. Van daar uit naar huis, weer naar een tuinder, want dan
ging je niet zo vlug naar Duitsland. Maar later werden we gevorderd,
sneeuw ruimen en andere rotklusjes. Zooals in het inundatie-gebied
grote wallen opbouwen en dammen in de sloten slaan, want dat
lieten ze onder water lopen. Om de vijand, Canadezen en Polen,
tegen te houden"
,,Dit is mijn laatste gebeurtenis in 1944-1945. Je moest met
spertijd binnen wezen. Maar dat liep wel eens mis. En gebeurde
dit in de herfst van 1944. Mijn eega werkte bij L. Broekhuyse,
waar nu de Emmaüs wonen, achteraf in dat hoekje, 's Avonds
even mijn eega wegbrengen, maar ja, dat liep een beetje uit de
klauw. Ik had haar netjes bij Broekhuyse afgeleverd. Ik ging
op huis aan, ik ging altijd bij Koningshof over de werf, dan
had je weinig last van die moffen, maar dat liep fout. Ik werd
aangehouden door twee SS'ers, werd gefouilleerd, van kop tot
teen, maar gelukkig niets gevonden. En vragen waar ik heen moest.
Ik zei, naar huis natuurlijk. Nog een keer fouilleren, toen kon
ik gaan.
Maar toen was ik net bij de werf van Koningshof, een brul van
halt of ik schiet je kapot. Een geluk, hij stond aan de andere
kant van de sloot, wat nu het voetbalveld is. Ik moest toen weer
terug naar Broekhuyse lopen en die SS'er liep aan de andere kant.
Maar even verder, een dwarssloot, dus hij kon niet verder. Dan
moest ik maar om de boerderij heen lopen dan had hij mij te pakken.
Maar in zo'n tijd gaat er wel wat door je hoofd, je vecht voor
je leven. Hij bleef staan en ik moest verder lopen. Maar ja,
goeie raad was duur en in zo'n situatie kun je veel. Ik dacht,
Bossie, dit is je kans. Over dat hek zien te komen en weg wezen,
maar dat hek was zeker l meter 60 hoog met twee prikkeldraden
er boven. Maar een kat in het nauw maakt rare sprongen, dus hup,
over het hek, bleef nog even aan het prikkeldraad hangen; een
flinke scheur in mijn jas. En toen de tuin over, dwars de hoge
muur over, schoenen uit en langs de doorneheg naar huis. Maar
dat ging ook niet makkelijk, want ik had 'al gauw een stelletje
van die grote doorens in mijn poten. Maar doorlopen, want ik
moest maken dat ik weg kwam, want ze hadden wel in de gaten dat
ik gevlucht was. Maar ze hadden mij niet! Toen hebben ze maar
een stel kipppen van Broekhuyse gestolen, die boeven.
Maar toen ik thuis was ging er wel wat door je heen. Eerst de
doorens uit mijn voeten, want dat deed goed pijn! Ik dacht gelijk
aan onze lieve heer bij de kruisiging met die doornenkroon op
zijn hoofd. En dan nog met een stokje erop slaan. Maar ja, beter
een doorn in mijn poot dan door een SS'er worden gedood".
"Na de oorlog zijn wij in 1946 getrouwd en gingen op
het Stalplein wonen. Daar hebben wij heel gezellig met 7 gezinnen
gewoond. Lekker rustig in het bos met paardenboxen. -Daar was
ook een paarden-dresseur, acht mooie paarden, dat was wel eens
feest. Verder open boxen, werden gebruikt voor opslag van appelen.
Dus wij pikten nog wel eens een appeltje, dat kun je begrijpen.
Na de oorlog ging ik een vak leren bij Werkspoor Utrecht als
electrisch lasser. Ik vond het leuk werk, trucks en rijtuigen
in elkaar lassen. Daar 24 jaar gewerkt, toen is het bedrijf gesloten,
heel jammer. Daarna ben ik naar een dochteronderneming van de
spoorwegen gegaan, Electro-rail in Utrecht, van 1970 tot 1978.
Toen begon ik met mijn gezondheid te tobben, afgekeurd en naar
huis. Dat was zeer moeilijk.
In 1955 verhuisden we naar het dorp. Ook gezellig, het was daar
een grote familie onder elkaar. En de Haarse kermis, heel gezellig
feest, toen nog 2 dagen en de woensdagavond de kermis begraven.
Ook leuk hoor!". |